Algemene dekkingsmiddelen | Rekening 2020 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 |
---|---|---|---|---|---|---|
Lasten | 643 | 4.479 | 3.394 | 5.261 | 9.142 | 4.393 |
Totaal lasten | 643 | 4.479 | 3.394 | 5.261 | 9.142 | 4.393 |
Baten | 117.563 | 139.984 | 145.456 | 151.409 | 157.371 | 154.085 |
---|---|---|---|---|---|---|
Totaal baten | 117.563 | 139.984 | 145.456 | 151.409 | 157.371 | 154.085 |
Saldo van lasten en baten | 116.920 | 135.505 | 142.062 | 146.148 | 148.229 | 149.692 |
---|
Storting in reserves | 3.831 | 35 | 427 | 425 | 425 | 425 |
---|---|---|---|---|---|---|
Onttrekking aan reserves | 7.451 | 4.409 | 2.898 | 2.909 | 3.348 | 3.445 |
Totaal van het programma | 120.540 | 139.879 | 144.532 | 148.632 | 151.152 | 152.712 |
---|
Algemene uitkering
Product | Algemene uitkering | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten | -108.546 | -118.866 | -123.391 | -128.646 | -133.911 | -129.961 |
Saldo | 108.546 | 118.866 | 123.391 | 128.646 | 133.911 | 129.961 |
De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de stand van de septembercirculaire 2022. De belangrijkste ontwikkelingen hieruit zijn de volgende:
Ontwikkeling algemene uitkering septembercirculaire 2022 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
---|---|---|---|---|
Ontwikkeling accres (nominale ontwikkeling) | 1.303 | 1.599 | 1.752 | 1.953 |
Beschikbaar voor indexeringen | -1.303 | -1.599 | -1.752 | -1.953 |
Eenmalige rijksbijdrage 2026 | 3.090 | |||
Vervallen stelpost raming accres 2026 | -6.000 | |||
Ontwikkeling uitkeringsbasis en -factor | 869 | 507 | 270 | 204 |
Ontwikkeling maatstaven (m.n. bijstandsgerechtigden) | -20 | 260 | 474 | 596 |
Extra lasten uitvoering bijstand | 0 | -260 | -474 | -596 |
Taakmutaties | 42 | 35 | -99 | -92 |
Besteden aan taakmutaties | -188 | -156 | -28 | -28 |
Budgettair effect septembercirculaire | 703 | 386 | 143 | -2.826 |
Ontwikkeling accres betreft de nominale ontwikkeling voor 2023. Conform de beleidslijn uit de kadernota wordt dit bedrag gereserveerd om de hogere lonen en prijzen te compenseren. Dit is verwerkt in de stelpost Beschikbaar voor indexering.
Voor 2026 stelt het Rijk eenmalig een bedrag ter beschikking om het “ravijn” te verkleinen. Dit is echter lager dan het bedrag dat wij hebben geraamd bij voortzetting van het accres uit 2025. In de kadernota hebben we voorgesteld om daarvoor een stelpost op te nemen. Dit hebben wij echter niet op deze wijze in de begroting 2023 verwerkt. Door geen stelpost op te nemen wordt nu het tekort in de begroting 2026 na verwerking van de circulaire zichtbaar. In de uitwerking van de nieuwe financiële verhoudingen tussen het Rijk en de gemeenten vanaf 2026 zal duidelijk moeten worden op welke wijze deze teruggang in middelen uit het gemeentefonds opgevangen kan worden, bijvoorbeeld door meer inkomsten uit specifieke uitkeringen of uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied.
De landelijke ontwikkeling van de maatstaven zorgt voor een forse aanpassing van de algemene uitkering. Dat komt vooral doordat de ontwikkeling van de WOZ-waarden in 2022 landelijk anders was dan geraamd.
Uit de septembercirculaire 2022 verwacht het CPB vanaf 2024 tot en met 2027 een jaarlijkse toename van het aantal uitkeringen, daar waar in de meicirculaire 2022 nog uit werd gegaan van een stabilisering. Dit leidt tot een stijging van de algemene uitkering op dit punt. Daar tegenover staat dat de uitvoeringskosten waarschijnlijk ook toe zullen nemen. Om die reden wordt voorgesteld dit bedrag voor dit doel te reserveren en niet ten gunste te laten komen van het saldo. De bijdrage van het Rijk voor de uitkeringen zelf worden via een andere systematiek (BUIG-gelden) verdeeld.
Er wordt een aantal bedragen toegevoegd aan de algemene uitkering voor taakmutaties. Het gaat hierbij om middelen voor inburgering en de wet Kwaliteitsborging bouw. Deze zijn aan de betreffende producten toegevoegd. Een aantal bedragen wordt in mindering gebracht op het sociaal domein. Gezien de ontwikkeling van de uitgaven is daar geen ruimte om de budgetten te verlagen. Deze zijn dan ook ten laste van het saldo gebracht.
Belastingen
Product | Belastingen | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | 1.049 | 492 | 794 | 825 | 856 | 885 |
Baten | -20.435 | -20.641 | -21.750 | -22.448 | -23.145 | -23.811 |
Saldo | 19.386 | 20.149 | 20.956 | 21.623 | 22.289 | 22.925 |
De lasten betreffen de kosten van invordering door de BGHU (€ 675.000) en een inschatting van terug te ontvangen vennootschapsbelasting (€ 183.000). De baten bestaan voornamelijk uit opbrengsten OZB, parkeerbelasting en toeristenbelasting. Voor een toelichting op de baten wordt verwezen naar de paragraaf Lokale Heffingen.
Nog te besteden middelen
Product | Nog te besteden middelen | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | 0 | 2.511 | 2.047 | 4.091 | 5.548 | 7.305 |
Baten | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo | 0 | -2.511 | -2.047 | -4.091 | -5.548 | -7.305 |
Het hier geraamde bedrag betreft de volgende stelposten:
Overzicht stelposten (x € 1.000) | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 |
---|---|---|---|---|
Stelpost Onvoorzien | 35 | 35 | 35 | 35 |
Stelpost Vernieuwingsopgave | - | 132 | 134 | 136 |
Stelpost Taakmutaties algemene uitkering | -71 | 169 | 119 | 215 |
Risicobuffer accresontwikkeling | - | - | - | - |
Beschikbaar voor indexeringen | 1.884 | 3.492 | 4.034 | 5.029 |
Raadsagenda / besteedbaar door de raad | 200 | 200 | 200 | - |
Stelpost kapitaallasten MIP | - | 62 | 1.025 | 1.890 |
2.047 | 4.091 | 5.548 | 7.305 |
Stelpost onvoorzien: Dit is een bedrag van € 35.000 voor het opvangen van onvoorziene uitgaven.
Stelpost Vernieuwingsopgave: Er is een stelpost gevormd van € 500.000 voor het opvangen van hogere kapitaallasten van een aantal langlopende projecten. Aangezien de extra kapitaallasten voor deze investeringen in het jaar na afronding gaan lopen, is dit budget opgenomen vanaf 2024. Inmiddels is voor een aantal investeringen gebruik gemaakt van deze stelpost. In deze begroting wordt voorgesteld een bedrag van € 54.000 vanwege hogere kapitaallasten door de hogere aanbesteding van SPZ ten laste van deze post te brengen.
Stelpost Taakmutaties algemene uitkering: Op deze stelpost worden de middelen geraamd die door middel van taakmutaties aan de algemene uitkering worden toegevoegd of onttrokken en nog niet op de betreffende producten zijn verwerkt.
Risicobuffer accresontwikkeling: Bij de kadernota hebben wij voorgesteld een buffer in te stellen voor het risico dat het extra accres in de algemene uitkering als gevolg onderuitputting van de rijksuitgaven lager uitvalt dan geraamd. Inmiddels heeft het kabinet besloten het volumedeel van het accres niet meer aan te passen voor ontwikkelingen in de rijksuitgaven. Dat betekent dat er geen risico meer is voor de gemeente bij onderuitputting bij het Rijk. De risicobuffer is niet meer noodzakelijk voor dit doel en is dan ook niet gevormd.
Beschikbaar voor indexeringen: Op dit moment is er sprake van een sterke toename ven de inflatie. De begrotingscijfers voor 2023 en verder zijn opgesteld op basis van de door het CPB verwacht inflatie en loonsomstijgingen. Met name de raming van de inflatie is inmiddels fors achterhaald. De extra middelen die als gevolg daarvan in de septembercirculaire zijn opgenomen, zijn vooralsnog verwerkt op deze stelpost. Afhankelijk van de plaats in de begroting waar ze benodigd zijn, kunnen deze in een P&C-document in 2023 worden verdeeld.
De post Raadsagenda / besteedbaar door de raad zijn de middelen die in het coalitieakkoord voor dit doel beschikbaar zijn gesteld.
Stelpost kapitaallasten MIP: Hierin is het bedrag opgenomen voor de kapitaallasten van de (vervangings)investeringen die in het meerjaren-investeringsplan (MIP) staan. Het gaat hierbij om toekomstige investeringen, waarover besluitvorming plaatsvindt bij de begroting van het desbetreffende jaar.
Treasury
Product | Treasury | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | -197 | -242 | -153 | -873 | -1.509 | -1.962 |
Baten | -501 | -504 | -343 | -343 | -343 | -343 |
Saldo | 698 | 746 | 496 | 1.216 | 1.851 | 2.304 |
In het afgelopen jaar zijn nieuwe geldleningen aangetrokken, waarvan de rente op dit moment nog niet kan worden toegerekend aan investeringen doordat investeringen later worden uitgevoerd dan gepland. Hierdoor is het treasuryresultaat lager dan in de begroting 2022. In de komende jaren neemt het resultaat toe doordat nieuwe investeringen worden gefinancierd met leningen met een lagere rente.
Resultaatbestemming
Product | Resultaatbestemming | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | 0 | 1.718 | 706 | 1.219 | 4.246 | -1.835 |
Baten | 11.919 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Saldo | -11.919 | -1.718 | -706 | -1.219 | -4.246 | 1.835 |
De ontwikkeling van het begrotingsresultaat is toegelicht in het financieel perspectief.
Overige algemene dekkingsmiddelen
Product | Overige algemene dekkingsmiddelen | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | -209 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Baten | 0 | 26 | 27 | 28 | 28 | 29 |
Saldo | 209 | -26 | -27 | -28 | -28 | -29 |
Reservemutatie Algemene dekkingsmiddelen
Product | Reservemutatie Algemene dekkingsmiddelen | |||||
---|---|---|---|---|---|---|
Rekening 2021 | Begroting 2022 | Begroting 2023 | Begroting 2024 | Begroting 2025 | Begroting 2026 | |
Lasten | 3.831 | 35 | 427 | 425 | 425 | 425 |
Baten | -7.451 | -4.409 | -2.898 | -2.909 | -3.348 | -3.445 |
Saldo | 3.620 | 4.374 | 2.471 | 2.485 | 2.923 | 3.020 |
Reserve Grondbedrijf :
De storting in 2021 en volgende jaren heeft betrekking op het begrote resultaat van de grondexploitaties. Voor 2022 is er per saldo sprake van een onttrekking aan de reserve als gevolg van kosten voor het opstellen van een strategisch-ruimtelijke visie voor de A12-zone (€ 300.000) en het Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma (REP fase 4; € 70.000).
Reserve kapitaallasten:
Bij de begroting 2022 is deze reserve opnieuw opgezet, waardoor nu alleen nog de afschrijvingslasten van de onderliggende investeringen worden onttrokken. In het meerjarenperspectief daalt de onttrekking, doordat een van de onderliggende investeringen volledig is afgeschreven.
Reserve nota kapitaalgoederen:
Conform de nota kapitaalgoederen wordt het voordelig effect van de investeringen in de openbare ruimte als gevolg van de wijziging in de BBV gestort in de reserve nota kapitaalgoederen. De toename van de kapitaallasten als gevolg van de investeringen wordt middels een onttrekking aan deze reserve verwerkt. Door de toename van de kapitaallasten als gevolg van de investeringen is er vanaf 2023 per saldo sprake van een onttrekking aan deze reserve.